Hoe realistisch is een Nederlandse cloud?

Met alle spanningen op het wereldtoneel is één discussie nauwelijks te missen: moeten we meer zelfvoorzienend worden? Dat het serieus is blijkt wel uit meerdere artikelen van de NOS over onze afhankelijkheid van Amerikaanse techbedrijven, zoals je hier, hier en hier kunt lezen. De NOS schetst terecht het beeld dat onze samenleving leunt op de producten van Amerikaanse techbedrijven en of een Nederlandse cloud een oplossing kan zijn.

De vraag die dan volgt is: Hoe realistisch is een Nederlandse cloud, en wat vraagt dat?

Wat is de cloud?

De cloud bestaat uit computers op afstand die via het internet voor je werken. Deze grote computers staan in zogenaamde datacenters. De volgende drie eigenschappen maken de cloud praktisch onmisbaar:

  • Schaalbaarheid en flexibiliteit voor extra opslag en rekenkracht
  • Bereikbaar vanaf vrijwel elke locatie in de wereld met internet
  • Geen eigen datacenters meer nodig

Cloudproviders nemen het beheer grotendeels uit handen, zodat gebruikers zich kunnen focussen op hun producten. Dat maakt de cloud aantrekkelijk voor veel organisaties.

Wat doen we in de cloud?

Net als je laptop of smartphone kun je in de cloud data opslaan en software draaien, maar dan op een enorme schaal. Waar de laptop waarop ik deze blog schrijf oplaadt met een 65 watt adapter, krijgt het nieuwe datacenter in Amsterdam-Westpoort straks een capaciteit van 78 megawatt.

78 Megawatt is enorm en dit is slechts één datacentrum van de duizenden die er wereldwijd staan. Die grote schaal is nodig voor de hoeveelheid data en processen die continu draaien. Denk aan het wereldwijde gelijktijdige gebruik van Outlook, Teams of WhatsApp. Dit is alleen mogelijk door centralisatie in datacenters.

Wat is er nodig voor een Nederlandse cloud?

Het begint met een fysieke locatie, om het datacenter gebouw neer te zetten. In Nederland, waar de competitie voor ruimte tussen natuur,  woningbouw en landbouw ongekend hoog is, wordt dat lastig. Daarbovenop komt de behoefte aan zware elektriciteitsaansluitingen, terwijl de wachttijden hiervoor oplopen. En dan is er nog water nodig voor koeling, en hardware om het datacenter te vullen.

De middelen die nodig zijn om een datacenter te bouwen en te laten draaien zijn schaars en staan onder druk door klimaatdoelen. Ter illustratie: één vraag aan ChatGPT kost evenveel stroom als een ouderwetse 60 watt gloeilamp die drie minuten brandt. Hoelang laat jij deze gloeilamp branden per dag?

Daarnaast is er de software. Die moet gehost worden in de Nederlandse cloud, de leverancier moet onder de Nederlandse wet vallen, en er is geen zeggenschap uit andere landen. Wordt aan een van deze eisen niet voldaan, dan blijf je afhankelijk.

Reflectie

Ook bij Seventrees zijn we afhankelijk van Amerikaanse Techbedrijven. Net als veel andere organisaties gebruiken we dagelijks o.a. Outlook, Teams, Jira, ChatGPT en WhatsApp. Tijdens het schrijven van deze blog dringt bij mij dan ook de vraag op of Nederland dit wel alleen kan. Een volledig Nederlandse cloud en bijbehorende software lijkt op korte termijn niet realistisch. Op Europees niveau liggen meer kansen, met meer beschikbare middelen en een grotere gebruikersgroep.


Maar de vragen worden gesteld en daarmee is de eerste stap gezet. Voor mij is het duidelijk dat dit het begin is van onze digitale autonomie.

 

Over Nick van Huizen
Nick van Huizen
Nick is een ervaren businessanalist en projectmanager met focus op modelering. Zijn passie ligt in het omzetten van data naar kennis en om dit uit te leggen aan het (senior) management en aan een breed publiek. Nick heeft 9 jaar in het Erasmus MC gewerkt en daar alle taken die behoren bij een wetenschappelijk project uitgevoerd. Van het schrijven van projectvoorstellen, het opzetten van samenwerkingen, laboratorium werkzaamheden uitvoeren, data analyse, tot het presenteren en publiceren van de resultaten. Voor Seventrees heeft Nick gewerkt bij Athlon als business analist en bij ABN-AMRO als business consultant/project manager.